Het begon met de
knijpers. Die klemden de zakjes paprikapoeder, komijnzaad, nog meer
paprikapoeder en currykruiden bij elkaar. De aangebroken zakjes verdwenen in de
prullenbak, maar de knijpers hadden nog naar de opslag gemoeten. Net als de nog
niet aangebroken zakjes kruiden van de Hello Fresh trouwens.
En wat te doen
met de knoflook? Achterlaten voor de volgende bewoner? Tegen die tijd zouden ze
vast al zijn uitgelopen. Enkele reis naar de afvalbak. O, misschien had de
buurman er nog wat aan gehad. Te laat.
Daarna kwamen de
overbodige klantenkaarten, bankpassen en muntgeld (nergens in huis te vinden
als je het nodig hebt) en zelfs nog een verdwaalde strippenkaart. Waar kwam die
opeens vandaan?
Ach, die paar
kleine dingetjes, daar wil de buurman vast wel drie maanden op passen.
Maar verder ging
het, met de boekjes over Vancouver die we al zo lang geleden apart hadden
gelegd om mee te nemen. Maar de stapel spullen die óók mee moest, werd steeds
groter. En eigenlijk kennen we de weg al en weten we de highlights ook wel
zonder reisgidsen te vinden. Toch maar niet, dan.
Het ging er
inmiddels om spannen. Zoals de ogen soms groter zijn dan de maag, overtreft het
optimisme ook de daadwerkelijke ruimte in de koffer. Het is toch ook
belachelijk, zó veel kleding voor drie maanden. Hoeveel heb je nou helemaal
nodig? Ze hebben daar ook heus wel winkels. En hup, een paar shirts eindigen op
de verkeerde stapel. Hm, dan kan de ongewassen paardrijtrui daar net zo goed ook
nog wel bij.
Hoera, de koffers passen nog dicht en voldoen aan de gewichtseisen van KLM. Dankzij het witte tasje.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten