Eind 19e eeuw zakte Oom Dagobert de Yukonrivier af, op zoek naar het goud van de Klondike. Hij vond een rijke goudader, waardoor hij schatrijk werd. Net als het zo tot de verbeelding sprekende Timboektoe waar Oom Donald altijd naartoe vlucht, bestaat de Klondike echt, en wel in de Canadese provincie de Yukon.
We waren dringend aan vakantie toe en we hadden bedacht dat we wilden wandelen in de Yukon. We hadden twee weken vrij genomen, dus dit werd de eerste vakantie van langer dan een week in bijna 2,5 jaar. De eerste week bestond uit een zesdaagse wandeltocht, en de tweede week uit een dagje kanoën en een auto huren en door Alaska rijden.
We konden ons niet zo’n goede voorstelling maken van de Yukon. We stelden ons uitgestrekte toendra voor, idyllische beekjes en besneeuwde bergtoppen in de verte. De Canadese collega's bleken het ook niet helemaal te weten en zeiden dat het in Yellowknife, een hele provincie en ruim 1500km (en een klimaatzone) verderop, stikte van de muggen. Toen ik voorzichtig zei dat we naar Whitehorse in de Yukon gingen en dat dat heel ergens anders lag, zeiden ze: "o, maar daar zal het wel ongeveer hetzelfde zijn." Sommigen zeiden dat de zon op die noorderbreedte niet onder gaat, anderen vroegen of we het noorderlicht zouden gaan bekijken. Zo noordelijk ligt Whitehorse nou ook weer niet (twee uur vliegen en ongeveer ter hoogte van Bergen in Noorwegen), dus de zon gaat wel degelijk onder (al is het niet voor lang). Het noorderlicht is vooral goed te zien in de winter, als het 's middags al vroeg donker wordt. Ik vond het wel bijzonder dat de Canadezen zo weinig over hun eigen land wisten. Geen wonder dus dat ze al die Europese landjes ook niet uit elkaar weten te houden. Volgens de collega's was het in de Yukon in elk geval heel mooi, al was niemand er ooit geweest. Er is immers "niks", dus wat moet je daar? Toen we in Vancouver op de bus naar het vliegveld wachtten, vroeg iemand waar we naartoe gingen. Na het antwoord "de Yukon", vroeg ze met een ongelovig gezicht: "waarom?"
Eenmaal in Whitehorse was het stralend zonnig en warm weer. Afgezien van de sporen van de goudkoorts (Whitehorse was het beginpunt van het bevaarbare deel van de Yukonrivier), viel er in het stadje niet zoveel te beleven. Het hoogtepunt was de raderboot SS Klondike, die vanaf de eeuwwisseling tot in de jaren 50 vracht, goedzoekers en toeristen vervoerde naar de goudvelden bij Dawson City, meer dan 500km stroomafwaarts. De hele boot was te bezichtigen. Van half oktober tot eind mei was (en is) de rivier bevroren en was er een sleeroute over land. De raderboten waren lange tijd de enige manier om naar Dawson te komen, waar men in het voorjaar met smart wachtte op voedsel. De SS Klondike ligt nu op de wal net buiten Whitehorse en is een officiële ‘historic site’. Ze noemen iets hier al gauw een 'historic site' als het een paar decennia oud is, maar ze maken er wel altijd een leuke en informatieve attractie van.
Na twee dagen begonnen we aan onze wandeltocht in de wildernis. Onze gidsen kwamen ons bij ons hotel ophalen. Wij waren de enigen die deze tocht geboekt hadden, dus we hadden eigenlijk een privegids. Er ging ook een stagiair/cameraman mee die Derek heette, maar door iedereen Smiley genoemd werd. Na het goedkeuren van onze spullen, reden we naar Kluane National Park. We meldden ons aan bij het bezoekerscentrum van Parks Canada, maar daar bleek dat de route die we wilden gaan doen gesloten was vanwege de beren. Ons werd aangeraden het niet onderhouden pad aan de andere kant van het rivierdal te lopen. Daar zaten uiteraard ook beren, maar het risico daarvan werd minder groot geacht. Onze gidsen hadden ons al kort gebrieft over hoe om te gaan met beren. Al ons eten zat in beerbestendige tonnen en we hadden ieder een bus beerspray. We moesten aan Parks Canada doorgeven hoe lang we weg zouden blijven, wie ze moesten bellen in noodgevallen en hoe onze rugzakken eruit zagen. Voor het geval ze ons moesten gaan zoeken.
Doordat onze gids, Selena, de nieuwe route moest plannen met de park rangers, waren we laat op weg en werd het dus een korte wandeldag. Vrij snel moesten we een riviertje oversteken. Het water was viesgrijs door het sediment, en heel erg koud. Vulcan Creek bestond uit een stuk of tien snelstromende beekjes die soms wel kniediep waren. Schoenen uit dus, gezicht stroomopwaarts en dan in een treintje en met behulp van wandelstokken zijwaarts oversteken. Later op de dag had Selena bedacht dat het handig was een stuk af te snijden door een drassig veld. Het gras was er manshoog en er stonden wat kleine boompjes, dus dat moest kunnen. Eerst was het gewoon een beetje drassig, maar daarna zoog de bodem je vast als je te lang op één plek bleef staan. Het water stond soms tot onze enkels, maar daar konden de bergschoenen tegen. Door het rottingsproces lag er een vieze olieachtige laag op de meeste stukjes water. Op de graspollen en boomstronken, voor zover aanwezig, was het iets minder nat. Toen waarschuwden Selena en Tristan, die vóór mij liepen, dat het nu toch wel echt moerassig werd. Ik gaf de boodschap door aan Smiley achter mij. Hij had nog zijn five finger rivieroversteek-kampschoenen aan en vroeg hoe diep het was, zodat hij misschien alsnog zijn bergschoenen aan kon trekken. Op dat moment stapte ik tot mijn knieen in de drek. Met een gorgelend geluid zogen mijn schoenen zich vol modderig water. Mijn broekspijpen werden zwaar van de natte blubber. Het was verbazingwekkend koud. Nog een paar tientallen meters worstelden we ons zoveel mogelijk via graspollen naar het droge. Lastig je evenwicht bewaren met meer dan 15kg op je rug, maar onderuit gaan was zeker geen optie.
's Avonds kampeerden we op een veldje aan de rivier. Zolang er een briesje stond, was het goed uit te houden, maar zodra de wind ging liggen, zagen de muggen hun kans schoon. Totdat we er genoeg van kregen en onze tent invluchtten.
De volgende dag liep een coyote om ons kamp heen te scharrelen. Blijkbaar stonden we precies in zijn dagelijkse pad. Sowieso leken we, gelet op de beestensporen, midden in een wildlife corridor te staan. 's Nachts gelukkig niks van gemerkt. Die dag liep de route, die we af en toe moesten zoeken, langs de bosrand, met rechts de vlakte van de rivier en aan de overkant de bergen. Die avond kampeerden we in de duinen tussen de rivier en een meertje. We waren niet de enigen: her en der stonden nog 3 tenten. Met zoveel menselijke aanwezigheid zouden de beren het wel uit hun hoofd laten in de buurt te komen. Een geruststellende gedachte. We waren vroeg aangekomen, dus er was tijd voor een dutje. Na het eten begon het te regenen, dus speelden we ’s avonds een potje boerenbridge in de tent.
's Ochtends regende het nog steeds, maar gelukkig werd het droog genoeg om buiten te ontbijten. Er liep opnieuw een coyote rond het kamp. Zou het dezelfde zijn? Voor het eerst in een paar dagen konden we ons enigszins wassen in het meertje. Koud, maar zeer de moeite waard na alle modder en zweet van de vorige dagen. Wat een luxe! Later, een paar minuten nadat de mannen de ontbijtkommen hadden afgewassen in de rivier, wandelde een grizzlybeer op z'n dooie gemak over datzelfde strandje. Ik was op dat moment bij de tent en kon de beer niet zien, maar de anderen waarschuwden me vanaf een hoger gelegen duin dat er een beer was. Ik liep ook het duin op. De beer zag me, keek op, en liep rustig verder.
We besloten nog een nachtje op deze plek te blijven en vandaag zonder rugzak naar het einde van het dal te lopen, waar de Kaskawulshgletsjer in het dal uitkwam. Onderweg kwamen we een stel wandelaars tegen die Selena bleek te kennen, en samen lunchten we op een vlakte die leek op een droge rivierbedding: een gravelvlakte met gele bloemen. Het was net of we een buitensportbrochure waren binnengewandeld. Opeens zagen we op een afstandje een grizzly, dezelfde van die ochtend. Waarschijnlijk was hij nu op onze etensgeuren afgekomen, maar toen hij eenmaal in de gaten had dat er zes mensen waren, maakte hij een grote boog om ons heen. Later kwamen we hem nog een keer tegen. Hij was recht voor ons op de vlakte. Wij wijzigden onze koers en er was niks aan de hand.
We zijn niet helemaal tot aan de gletsjer gekomen, maar we konden hem wel goed zien en af en toe horen rommelen. Op de terugweg wilden we een stuk afnsijden over de rivierzandbanken, maar we moesten nog ergens een rivierarm oversteken. Het was erg modderig, dus we zaten opnieuw tot boven onze enkels onder de modder. Gelukkig hielden we dankzij onze gaiters deze keer droge voeten.
Dag 4 was opnieuw een dagwandeling, de berg op. De zon scheen. Soms was het even worstelen door de dichte begroeiing, maar uiteindelijk werden we beloond met een prachtig lunchplekje op een alpenweide vol met allerlei bloemen. We konden de hele vallei en de gletsjer overzien. Het stikte er van de piepende grondeekhoorns, schattige beestjes. Met Selena en Smiley liep ik nog een stuk verder de berg op om de vallei aan de andere kant van de berg te kunnen zien. Tristan ging niet mee, want hij had last van zijn knie. In het volgende dal was nog een gletsjer te zien, en hadden we bijna een 360-uitzicht. De bergen aan de andere kant waren kaal en stenig, interessant om dat verschil met onze zomerse alpenweide te zien.
Toen we terugkwamen bij onze kampeerplek, waren we zo warm en bezweet dat we een duik namen in het meertje. Heerlijk!
De dag daarna braken we eindelijk ons kamp op. Dat werd ook wel tijd, want de omgeving van onze tenten begon in een mijnenveld van wc-plekjes te veranderen. We waren ondertussen behoorlijk vaardig geworden in het verbranden van ons wc-papier. Daarvoor moet het niet te windstil zijn (dan duurt het lang) en niet te winderig (dan moet je oppassen dat je de omliggende struiken niet in de fik steekt), al is dat laatste wel weer fijn om te voorkomen dat je wordt lekgeprikt terwijl je je behoefte zit te doen.
De dag begon met stralend weer, maar in de loop van de middag betrok het en begon het steeds harder te regenen. We schuilden onder een haastig over ons en onze spullen heengedrapeerd tentzeil. Na de lunchpauze liepen we verder door de regen. Later begon het zelfs te onweren. Aangezien we met dat weer niet middenop de vlakte wilden kamperen, hadden we een niet zo ideale en hobbelige plek gevonden bij een groepje bomen. Waar dus ook muggen en wilde beesten zich (kunnen) schuilhouden. Er was geen beekje, dus ons water ging op rantsoen. Alles was nat van de regen en we waren allemaal moe van een lange dag lopen, dus we gingen vroeg naar bed. Gelukkig was het de laatste nacht, en gelukkig hadden we tot dan toe enorm geluk gehad met het weer.
We lagen nog wat te lezen in de tent toen ik buiten geritsel hoorde. Zoiets verbeeld je je snel, maar Tristan hoorde het ook. Zonder de aanwezigheid van andere tenten en mensen, durfden eventuele beesten misschien weer dichterbij te komen. Tristan stak zijn hoofd uit de tent, maar er was niks te zien. Maar middenin de nacht werd hij opnieuw wakker door een geluid dat klonk alsof er iets of iemand met de berentonnen, die een eindje verderop stonden, aan het rommelen was. Ik ben wonderbaarlijk genoeg door het geluid heen geslapen. Vanwege watergebrek hadden we niet afgewassen en de zoveel mogelijk uitgeveegde etenskommen bovenop de tonnen gezet. 's Ochtends bleken de tonnen en de kommen er nog precies zo bij te staan als we ze de vorige avond hadden achtergelaten.
De laatste dag was het niet meer zo'n eind lopen, al moesten we wel weer Vulcan Creek oversteken. Het laatste stuk was het makkelijk lopen over een breed grindpad, maar er waren veel muggen die het alsnog een vervelend stuk maakten. Vanaf de hoofdweg moesten we nog een paar kilometer langs de weg lopen naar het bezoekerscentrum, waar we opgehaald zouden worden. Ons ophaalbusje reed ons eerst voorbij, keerde toen om en pikte ons op. Bij het bezoekerscentrum moesten we ons melden en gedetailleerde formulieren invullen over de beer die we drie keer hadden gezien.
Onderweg terug naar Whitehorse stopten we bij een bakker. We hadden enorme zin in iets vers, dus onze late lunch bestond uit een pak melk en cinnamon buns. In Whitehorse dronken we nog een welverdiend biertje met Smiley, Selena en de chauffeur, en daarna konden we naar ons hotel om lekker warm te douchen en te slapen in een echt bed.
Wordt vervolgd...
Geen opmerkingen:
Een reactie posten