De laatste weken in Vancouver deden we iets dat we zelfs in de eerdere drie jaar hier nooit gedaan hebben: zodra we onze voordeur achter ons dicht trokken, spraken we onderling Engels. We wilden namelijk niet de hele tijd voor toerist aangezien worden. Niet dat dat iets negatiefs is -Canadezen knopen juist graag een praatje met je aan- maar de locals vinden het soms zo leuk met buitenlanders te praten, dat het voor ons af en toe wat vermoeiend werd. Als we Engels spraken, vielen we in elk geval niet zo op, al hadden we natuurlijk nog wel een 'Europees' accent. Nog een voordeel: we vielen minder op voor Nederlandse toeristen :-), want zo Nederlands klinken we nou ook weer niet.
De eerste dagen was het raar om onderling Engels te spreken, maar dat wende al snel. Op een gemiddelde dag spraken we immers toch al meer Engels dan Nederlands. Ook vond ik het makkelijker om op maandag weer 'in de flow' te komen voor mijn interviews op het werk als we in het weekend beide talen hadden gesproken. Ik denk niet dat het voor iemand anders dan mezelf merkbaar is dat ik soms moest omschakelen, maar toch. Engels en Nederlands werden dus steeds uitwisselbaarder, en soms zaten er halve Engelse zinnen in ons onderlinge Nederlands en andersom (dat was trouwens drie jaar geleden ook al zo). Niet omdat we de talen door elkaar gooiden, maar omdat sommige dingen zich nou eenmaal beter lenen voor Engels en andere voor Nederlands. Code-switching heet dat in taalkundige termen. Bovendien leverde het een handige geheimtaal op: een Engelstalig gesprek met een paar Nederlandse contaminaties valt minder op dan een geheel Nederlandstalig gesprek.
Overigens is vermoedelijk een groot deel van de Canadese bevolking op één of andere manier meertalig (en dan niet per sé Engels-Frans, de twee officiële talen. Zeker in Vancouver spreekt bijna niemand Frans), omdat van veel mensen de ouders of zijzelf elders vandaan komen. Bij mijn eerste baan in Vancouver waren er mensen die Frans, Duits, Tsjechisch, Mandarijn of Punjabi als moedertaal hadden en daarna of tegelijkertijd Engels geleerd hadden. Die tweetaligheid verdwijnt na twee generaties vaak weer, waardoor de meest gesproken niet-officële tweede taal af en toe wisselt. Ook Nederlands was ooit een veelgesproken tweede taal, maar nu is dat weer minder.
Inmiddels zijn we weer terug in Nederland en spreken we onderling weer altijd Nederlands. Toch hebben we het Engels zo ongeveer tot aan de Nederlandse douane volgehouden. Per ongeluk.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten