zaterdag 17 december 2011

Nepcanadezen

Ze zijn bijna niet van echt te onderscheiden. Ze werken tussen alle anderen, gaan met dezelfde bus, komen als residents in aanmerking voor skipassen met korting, nemen deel aan het sociale leven en betalen belasting. Alleen als de nepcanadezen hun mond opendoen, valt een licht 'Europees' accent te bespeuren. Ze hebben de kennis en de vaardigheden van iedere andere Canadese university graduate, maar missen een stuk achtergrond en geschiedenis die iedere echte Canadees vanzelfsprekend bezit, puur door het feit dat die hier opgegroeid is.

Wij zijn van die nepcanadezen. Dat werd duidelijk toen we laatst meegingen op een Christmas Carol rondvaart. Inderdaad: met z'n allen kerstliedjes zingen. Onze nepstatus kwam tot uiting in het feit dat we bijna geen van de kerstliedjes kenden. Met Jingle bells komen we wel een eindje, maar daarna houdt het vrij snel op. Gelukkig werden de teksten van de liedjes uitgedeeld. We kenden de melodie vaak niet, of waar er bijvoorbeeld een 'ooh', een 'aah' of een 'hey' achter een zin komt die niet in de tekst staat (als in: "en strooit dan wat lekkers in een of andere hoek (koekoek)"). Ook kennen we de ranzige versie van 'let it snow' niet, die alle anderen uit volle borst meezingen en lang geleden geleerd hebben op de basisschool.

Dezelfde gewaarwording had ik toen we afgelopen zomer in Nederland Eva en Seppe uitzwaaiden toen zij letterlijk in hun huwelijksbootje gestapt waren, en alle gasten een lied zongen op de tekst van Berend Botje. Zo lekker bekend: iedereen ouder dan vier kent het. Een 'o ja'-gevoel dat je extra weet te waarderen na een jaar buitenland.

Er is overigens niks mis mee om nepcanadees te zijn. Dit soort dingen kom je gewoon pas tegen nadat je de eerste duidelijke verschillen in achtergrond hebt leren kennen en als gewoon bent gaan beschouwen en dat maakt het interessant. Dat we er nu een hele inventaris aan Engelstalige kerstliederen bijgeleerd hebben is een verrijking van onze Nederlandse achtergrond.

Een ander verschijnsel waar onze nepcanadeesheid naar boven kwam was toen één van Tristans pokervrienden ons uitnodigde voor een White Elephant. Een witte olifant? Na het lezen van de Wikipediapagina hadden we vaag een idee van wat het inhield: iedereen neemt een cadeautje mee dat hij of zij een keer gekregen heeft, maar niet wil hebben. Met een spel waarbij je om de beurt een cadeautje van de stapel mag uitpakken óf iets van een ander mag stelen, krijgt iedereen uiteindelijk een cadeau. In dit geval was dat iets-wat-je-niet-wilt-hebbenidee geërodeerd tot een 'koop een leuk cadeautje voor maximaal $30'. Alleen hoe weet je als nepcanadees waarmee je de juiste snaar raakt? Op naar 4th avenue, een straat waar allerlei winkeltjes zitten die hippe, maar meestal niet noodzakelijke, spulletjes verkopen. Met onze zengarden en een paar glazen in de vorm van giftigafvalvaten bleken we goed gegokt te hebben. Wijzelf gingen uiteindelijk met een kilo chocoladetruffels en een wijndecanteerder naar huis.

Wat vinden de echte Canadezen van de nepcanadezen? Niet zoveel. Ze denken er niet echt bij na dat de neppers niet weten hoe het werkt om '12 days of Christmas' te zingen of geen idee hebben wat een witte olifant is. Ze zijn eraan gewend.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten